Elektrisch wagenpark? Vergeet de bedrijfswageninrichting niet
Gepubliceerd op
De overstap naar elektrische bedrijfswagens is voor steeds meer bedrijven onderdeel van het wagenparkbeleid. Daarbij gaat veel aandacht naar de keuze voor het voertuig, actieradius, laadmogelijkheden en kosten. De bedrijfswageninrichting komt vaak pas daarna aan bod. Terwijl juist de overstap naar elektrisch rijden een goed moment is om opnieuw te kijken naar wat er dagelijks in een bedrijfswagen meegaat.

Bij traditionele bedrijfswagens was de gedachte vaak: alles moet mee kunnen. Maar is dat nog wel het juiste uitgangspunt? Wat heeft een medewerker daadwerkelijk iedere dag nodig om zijn werk goed uit te voeren? Wat hoeft niet standaard mee? En hoeveel vrije laadruimte wil je behouden?
Een elektrische bedrijfswagen één op één inrichten zoals de dieselbus die hij vervangt, is daarom niet altijd de beste keuze.
Bewuster kijken naar gewicht en laadvermogen
Bij de inrichting van een elektrische bedrijfswagen speelt gewicht een belangrijke rol. De inrichting, gereedschappen, materialen en overige lading tellen allemaal mee in het totale gewicht van het voertuig. Een lichtgewicht bedrijfswageninrichting helpt om het beschikbare laadvermogen zo goed mogelijk te benutten.
Maar alleen kiezen voor een lichte inrichting is niet voldoende. Het gaat ook om wat je vervolgens in de bedrijfswagen meeneemt. In veel werkbussen groeit de voorraad gereedschappen en materialen door de jaren heen. Wat ooit is toegevoegd, blijft vervolgens standaard meerijden, ook wanneer het maar af en toe wordt gebruikt.
Elektrificatie is daarom een logisch moment om daar opnieuw kritisch naar te kijken.
“De vraag is niet hoeveel je in een bedrijfswagen kwijt kunt, maar wat een medewerker daadwerkelijk nodig heeft om zijn werk goed uit te voeren. Zeker bij een groot wagenpark kun je vanuit die gedachte veel bewuster gaan standaardiseren.”
Henk, GEMA Nederland

Van rijdend magazijn naar functionele werkplek
Een bedrijfswagen hoeft niet ingericht te worden om alles mee te kunnen nemen wat een medewerker ooit nodig zou kunnen hebben. De inrichting moet vooral passen bij de werkzaamheden die dagelijks vanuit het voertuig worden uitgevoerd.
Voordat de eerste kast of lade wordt ingetekend, moet daarom duidelijk zijn hoe een medewerker werkt. Welke gereedschappen worden iedere dag gebruikt? Welke materialen moeten standaard op voorraad zijn? Wat wordt slechts incidenteel gebruikt? En hoeveel ruimte moet beschikbaar blijven voor materialen die per klus verschillen?
Het doel is niet om simpelweg minder mee te nemen. Het gaat erom dat je bewust bepaalt wat nodig is. Vervolgens kan de beschikbare laadruimte daar zo praktisch en overzichtelijk mogelijk op worden ingericht.
Zo maak je de stap van een rijdend magazijn naar een bewust ingerichte, functionele bedrijfswagen.

Een nieuw voertuig vraagt om opnieuw nadenken
Bij elektrificatie kan ook het type bedrijfswagen binnen het wagenpark veranderen. Een elektrische vervanger heeft niet automatisch dezelfde afmetingen, laadruimte en mogelijkheden als het bestaande voertuig.
Het simpelweg kopiëren van de bestaande inrichting is daarom niet altijd logisch. De overstap biedt juist de mogelijkheid om voertuig, werkzaamheden en inrichting opnieuw op elkaar af te stemmen.
Met het modulaire systeem van GEMA kan een inrichting worden samengesteld rond het daadwerkelijke gebruik. Denk aan legplanken, lades, kofferhouders, werkbanken en andere accessoires. Daarbij wordt gekeken naar de beschikbare ruimte, het gewicht en de manier waarop medewerkers gedurende de werkdag bij hun gereedschappen en materialen moeten kunnen.
Hoe vertaal je dit naar je hele wagenpark?
Bij één bedrijfswagen kun je relatief eenvoudig bepalen wat de gebruiker nodig heeft. Bij een wagenpark met tientallen of honderden voertuigen wordt het interessanter. Niet iedere medewerker voert dezelfde werkzaamheden uit en dus hoeft ook niet ieder voertuig dezelfde materialen mee te nemen.
Dat betekent tegelijkertijd niet dat iedere bedrijfswagen volledig individueel ingericht moet worden. Door werkzaamheden en gebruikers te groeperen, kun je bepalen welke basisinrichtingen binnen het wagenpark nodig zijn. Een servicemonteur kan bijvoorbeeld een andere inrichting nodig hebben dan een installateur, terwijl voertuigen binnen dezelfde functie grotendeels gelijk kunnen worden ingericht.
Zo ontstaat standaardisatie waar dat mogelijk is en maatwerk waar dat nodig is. Dat maakt het eenvoudiger om nieuwe elektrische bedrijfswagens aan het wagenpark toe te voegen, medewerkers van voertuig te laten wisselen en een gekozen inrichting bij volgende voertuigen opnieuw toe te passen.
Zeker bij grotere wagenparken is het daarom verstandig om niet per voertuig te denken, maar eerst naar het complete wagenpark en de verschillende gebruikersgroepen te kijken.
Neem de inrichting mee in je elektrificatieplan
De keuze voor een elektrische bedrijfswagen en de keuze voor de inrichting horen bij elkaar. Wanneer pas na bestelling van de voertuigen over de laadruimte wordt nagedacht, zijn belangrijke keuzes over ruimte, laadvermogen en dagelijks gebruik al gemaakt.
Door de bedrijfswageninrichting eerder in het proces mee te nemen, kun je naar het complete plaatje kijken: welk voertuig wordt ingezet, welke werkzaamheden worden ermee uitgevoerd, wat moet dagelijks mee en hoe past deze inrichting binnen de rest van het wagenpark?
GEMA Nederland denkt daarin mee voordat een kast wordt ingetekend. Vanuit het voertuig, de werkzaamheden en het dagelijkse gebruik kijken we naar een passende inrichting. Bij grotere wagenparken kijken we daarnaast naar standaardisatie, herhaalbaarheid en hoe de inrichtingen binnen het landelijke dealernetwerk kunnen worden gerealiseerd.
Sta je voor de elektrificatie van je wagenpark? We sparren graag vrijblijvend met je over hoe je de bedrijfswageninrichting daarin vanaf het begin slim kunt meenemen.